Dagboekgedeelte dinsdag 16 juni Tanzania natuurlijk.
Over lake Natron. Dat is het zoutste meer te wereld en dat komt door de afvalstoffen van een nog regelmatig werkende vulkaan. Het water wat het meer in stroomt vanaf deze berg neemt die rotsooi mee. Alleeen de naam al NATRON lekker chemich. Maar goed ik was daar op uitnodiging van Lukas een van onze bewakers. Hij heeft daar zijn roots. D.w.z. zijn moeder en zijn vader wonen daar. Zijn vader heeft zeven vrouwen en heeft(inmiddels 100 jaar oud) zeven jaar geleden het laatste kind verwekt. Ik twijfel of ik daar afgunstig op moet zijn maar ik neig ernaar van niet.(Goeie zin?) Zijn moeder heb ik verblijd met een gift van drie planken en daarvan wordt een deur gemaakt voor haar hut. Bedenk zelf het plaatje maar. Een kleine ronde hut, dak van gedroogd gras en de wanden dichtgemaakt met koeienstront. Mij kostten de planken 15 euro en voor hier en vermogen. Ik had wel tegen lukas gezegd/gevraagd, laat ze me als dank geen kraaltjes geven in de vorm van kettingen, enkelbanden, halsgedoe etc. Want eerlijk lukas, ik vind het fantastisch staan. BIJ ANDEREN!!! Die boodschap hebben ze goed begrepen en ik bleef gevrijwaard van. Dat ik als dank een driekwart liter verse en nog warme koemelk kreeg uit een thermos, anders wordt het nog warmer, was lief. Dat ik daar de rest van de week ruzie mee had voor wat betreft mijn spijsvertering was minder. Had ik dan toch die kraaltjes…..Goed dit was een korte impressie van een vijfdaagsverblijf. Ik teken nu nog twee stukken dagboek op uit die week.
Zondagmorgen Mto wa Mbu. Het vertrek uit Mto vrliep al in lichte chaos. Dat was dus wel normaal. Want behalve dat de bus laat uit Arusha arriveerde, bleken er ook slechts nog staanplaatsen aanwezig. We hadden al een kaartje maar dat maakt geen verschil. Ik merk dat ik daar geen last van heb en dat voelt fijn. Ik beschouw ook dit als weer een onderdompeling in Afrika. Het was boeiend om te zien dat al die mensen inclusief die genen die moesten staan, met hun bagage in allerlei vormen een plekje wisten te cre-eren. Bovenop het dak ging ook nog het een en ander. De planken niet. Die mochten gewoon!! in de bus. De afgeladen bus vertriok voor locale begrippen slechts een weinig laat. Mijn doos met 12 flessen water van 1.1/2 liter diende voor mij als zitplaats. Vanwege de conditie van de weg, in combinatie met die van de doos begaf mijn zitting het halverwege de ruim vijf uur durende rit. Het werd een soort poef maar dan van slechte kwaliteit. De weg, zoals ik al aangaf was in slechte conditie. Voor westerse begrippen dan. Vanweg de droogte was ie in elk geval op vele plaatsen verhard. Niet verhard zoals wij kennen dat is duidelijk. Het wegdekk kent hier vele variaties. Van zand, rotsen, tot gravel, los puin. De hoogst gereden snelheid was een paar kilometer lang 60 p/u. Dat is op een soort wasbord een behoorlijke snelheid die ook zo aanvoelt. Maar net zoals in een Dalla Dalla, omvallen is niet mogelijk. Daarvoor is het te vol. Mijn linkerknieholte werd " warm" opgevuld door de rechterknie van een mollige Tanzaniaanse. Ter hoogte vasn mijn rechterschouder leunde ik tegen het achterwerk van een jongeman. Mijn benen kon ik voor mij, apart van elkaar, klem zetten tussen opgestapelde tassen, koffers en pakketten van allerlei maten en soorten. In mijn rug werd ik gesteund door de knokige knie van een passagier die in het bezit was van een stoel. De jongeman bij mijn rechterschouder was gezeten op (altijd aanwezige) koelbox. Zo af en toe werd er door het buspersoneel een bestelling geplaatst. Hij schoof dan in zittende positie mijn kant op. Ik werd dan min of meer gedwongen om te bukken, waarna hij verder schoof over mijn rug heen. Zo bleef ik dan in een vreemd soort "pas-de-deux" tot hij de bestelling op correcte wijze had uitgevoerd. In n.l. zou men wat….ge-irriteerd raken maar hier? Welnee, waar niet is moet worden geschipperd. Het was warm in de bus en onze snelheid was matig, ook vanwege het overgewicht. De wind haalde ons telkens in en bracht dan de zelfgeproduceerde stofwolk mee. Haastig sluiten van de ramen was het gevolg en het gevolg was dat het nog warmer werd. Tot de zoveelste kronkel de richting van de wind t.o.v. de bus veranderde en de ramen weer open konden. Het was verder ook buiten de stofwolken een adembenemend landschap. De giraffen, de zebra,s, de Gnoe,s en heel veel koeien. Het is veel maasaailand. De koeien liepen vaak op de weg in drommen. Als ze de bus dan hoorden keken ze wat glazig op. En…bleven staan. Totdat de bus dichtbij was en de chauffeurzijn 10 tonige(per toon een apart knopje) toeter gebruikte. Slechts dan bewogen ze zich. Volgens mij had de chauffeur dit varkentje al vaker gewassen. Voor mijn gevoel zonder vermindering van snelheid(het was al langzaam genoeg) boorde hij zich met het vehicle in de kudde. De slimsten sprongen zijwaarts. De minder slimmen en onervaren jonge beesten bleven in dezelfde lijn voor hun belager uit rennen. Totdat ook zij door hadden dat zijwaarts de beste afgang was. Twee maal de bus uit vanwege een moeilijke passage en overgewicht. Maar dan toch…was daar het dorp. Met alle drukte vandien. Voor een groot deel stroomde de bus leeg en de ogenschijnlijke chaos was er weer maar dan in omgekeerde volgorde. Er was nog wel een verschil. In MTo stapten alleen mensen in. Hier waren zowel in- als uitstappers, het liefst tegelijk en de deur van een bus is smal. Tesamen met de bagage was het weer een vermakelijke bende en uiteindelijk was alles wat er uit moest er uit en wat er in moest er in en vertrok de bus.
einde eerste citaat. Maar, er komt er nog een, dus blijf nog effe zitten. Dinsdag daarna.
Eerder liep ik Roko tegen het lijf. Dat kan ook bijna niet missen het is hier zo klein. Hij nam me mee naar een medicijnman. Een korte tocht en ergens onder een grote boom bij een stroompje water zat deze man voorzien van perkamenten huid. Eerbiedige groeten waren zijn deel Er was een vuurtje en er waren nog wat stukken geitenvlees van een vorige dag geslachte geit. Diverse stukken daarvan gingen in de pan die op het vuur stond. De kop van de geit lag, berutend kijkend, ernaast op de grond. De vele vliegen, die er ook waren kropen zowel op als in de kop en op de overige stukken vlees. Dat er een poging was gedaan om het vlees met bladeren af te dekken was door de vliegen niet begrepen. In de pan werden ook deels ontschorste stukken tk gedaan. Een soort groene fijngestampe pepers erbij. Nadat het brouwsel vervolgens weer was ontdaan van het vlees en de stukjes tak, werd de pan van het vuur gehaald. Het volgende ritueel!! was dat het met een soort houten garde flink werd geklutst. De medicijnman bleef al die tijd terzijde. Ik heb ook niet gemerkt dat hij op afstand enige formules over het brouwsel uitsprak. Nadat het soepje voldoende was afgekoeld werd hij als eerste voorzien van een flinke mok. Het brouwsel had de kleur van mislukte chocomelk. Om resterende stukjes er uit te zeven werd het spul door een hoop bladeren gegoten. Uiteraard mocht/moest ik ook proeven. Dat deed ik en het smaakte naar een goed getrokken boullion van geitenvlees. Het had nix te maken met de nog steeds berustend(geen keus meer hebbende) kijkende kop van de geit. Maar met het goede excuus van een opstandige maag, nog steeds een westerse dikte
Continue reading →